Hoe werkt de stofwisseling?
Om te begrijpen hoe de verschillende operaties werken is het van belang om te weten hoe de normale stofwisseling in zijn werk gaat.
Na de mond waar bij de voeding het speeksel wordt gevoegd, gaat de voeding door de slokdarm (esophagus). De slokdarm is een smalle rechte buis die dient als doorgang voor de voeding naar de maag. In de slokdarm vindt nog geen vertering plaats. De slokdarm is gescheiden van de maag door de slokdarmspier, die ervoor zorgt dat de voeding in de maag komt en daarna (als het goed is) niet meer kan terugvloeien (reflux = brandend maagzuur) naar de slokdarm.
In de maag wordt een begin gemaakt met de vertering. De voeding komt in de maag in contact met maagzuur en spijsverteringsenzymen die door de maag worden afgescheiden. De aanwezigheid van voeding in de maag stimuleert andere delen van het spijsverteringsorgaan hormonen af te geven. Deze hormonen helpen bij de vertering in andere delen van het spijsverteringsorgaan. De maagwand is gespierd en roert de voeding totdat deze veranderd is in een dikke pulp die kan worden getransporteerd naar de dunne darm. In de maag is een chemische stof aanwezig die zorgt voor de opname van vitamine B12 en ijzer.
Het gedeeltelijk verteerde voedsel wordt uit de maag gedrukt door de maagportier en komt dan in de 12-vingerige darm (duodenum). De 12-vingerige darm is het eerste gedeelte van de dunne darm en ongeveer 6 cm lang, strategisch gelegen naast de maag, alvleesklier, lever en galblaas. Als toevoeging op de maaginhoud ontvangt de 12-vingerige darm gal uit de galblaas en de lever en hormonen en enzymen uit de alvleesklier om te helpen bij de vertering. De 12-vingerige darm is verbonden met de jejunum (het middelste gedeelte van de dunne darm) en ileum (het derde deel van de dunne darm) die de volgende 6 meter van de dunne darm vormen. Zij vormen de plaats waar de meeste voedingsstoffen worden opgenomen. Met behulp van de enzymen worden koolhydraten, proteïnen en vetten fijngemaakt tot kleine deeltjes die kunnen worden opgenomen in het bloed. De nu nog voornamelijk vloeibare massa wordt door de dunne darm geleegd in de dikke darm. Daar wordt het vocht opgenomen door het lichaam. Wat rest is bezinksel welke wordt verzameld en afgegeven via het rectum en de anus als ontlasting.
Bron: The doctor’s guide to Weight Loss Surgery, L. Flancbaum, E. Manfred en D. Biskin
|